Op grond van archeologische vondsten wordt aangenomen dat de Indo-Europese taal, waaruit bijna alle Europese talen zijn voortgekomen, afkomstig is van de Kurgan-cultuur. Hun Oergermaanse taal wordt ook wel Proto-Indo-Europees genoemd. De Germaanse taal was zich toen dus al aan het losmaken van de andere talen, een ontwikkeling die zich zou voortzetten tot aan het begin van de jaartelling. Rond het jaar 0 was er al een verschil tussen de Scandinavische of Noord-Germaanse talen en het West-Germaans van de in West-Europa wonende Germanen. Vanaf die tijd begon ook het West-Germaans, waartoe het Limburgs behoort, verder uit te groeien tot verschillende talen.
Binnen het West-Germaans ontstonden er drie verschillende groepen. Langs de Noordzeekust, in het gebied van de noordelijke Lage Landen, woonden de Ingveonen of Noordzeegermanen, tot wie onder meer de Friezen, de Angelen en de Saksen behoorden. Een tweede groep, waartoe delen van de zuidelijke Lage Landen en Noord-Frankrijk werden gerekend en waartoe dus de voorouders van de Limburgers behoorden, worden de Istveonen of Rijn-Wesergermanen genoemd. De derde groep ten slotte zijn de Herminonen of Elbegermanen, die in het zuiden en zuidwesten van het huidige Duitsland woonden en tot wie de Alemannen en de Beieren behoorden. Uit deze vroege driedeling van het West-Germaans ontstonden de afzonderlijke talen, zoals het Oudengels (Angelsaksisch), het Oudfries, het Oudsaksisch (Oudnederduits), het Oudhoogduits, het Oudnederlands (Oudnederwestfrankisch) en het Oudlimburgs (Oudnederoostfrankisch).
In de 4e of 5e eeuw n. Chr. vond de tweede Germaanse of Hoogduitse klankverschuiving plaats vanuit de Zuid-Duitse Alpen. Een medeklinkerverandering in de taal breidde zich uit naar het noorden en nam gaandeweg steeds meer af. Hierdoor ontstond er een verschil tussen Hoog- en Nederduits. Het Ripuarisch dialect, waarvan Kerkrade en Vaals deel uitmaken, heeft die klankverschuiving volledig meegemaakt, het Limburgs gedeeltelijk en het andere Germaans in de Lage Landen niet. Na deze klankverschuiving is het gemakkelijker om Engels en Hoogduits als afzonderlijke talen van elkaar te onderscheiden. Voor Fries, Nederlands, Nederduits en Limburgs is dat lastiger. Dit zijn onderdelen van het West-Germaans, die door allerlei gebeurtenissen met elkaar zijn vervlochten en elkaar onderling hebben beïnvloed.
De taal in de Lage Landen verschilde in die tijd echter van regio tot regio. De zuidelijke Lage Landen waren ook wat de taal betreft sterk geromaniseerd en werden pas later dan de noordelijke Lage Landen gegermaniseerd. Bovendien waren de kustdialecten van het West-Germaans, van West-Vlaanderen tot aan Denemarken, weer meer beïnvloed door het Saksisch. Daarom worden ze soms ook wel Ingveoons genoemd. De bevolking zelf was daar waarschijnlijk ook van Saksisch-Friese oorsprong. De taal die indertijd in het Limburgs gebied werd gesproken, is waarschijnlijk niet door dit Ingveoons beïnvloed.
Een belangrijk verschijnsel uit deze periode is evenwel dat het Latijn een diepgaande invloed moet hebben gehad op de taal van de Germanen die onder Romeinse heerschappij leefden. Veel woorden van de Germaanse talen, dus ook het Limburgs, zijn in die tijd al aan het Latijn ontleend. Ook het feit dat onze voorouders dienst deden in het Romeinse leger, evenals de handelscontacten, hebben daar natuurlijk aan bijgedragen.
Bronvermelding
Grisart, A., César dans l’est de la Belgique: les Atuataques et les Éburons, in: Les Études classiques, tom. 28, no. 2, 2 avril 1960, 129-204.
Janssens, U., De Oude Belgen; Geschiedenis, leefgewoontes, mythe en werkelijkheid van de Keltische stammen, The House of Books, 2007.
Jappe Alberts, W., Geschiedenis van de beide Limburgen, Van Gorcum, Assen, 1972.
Robinson, O. W., Old English and its closest relatives; A survey of the earliest Germanic languages, Stanford University Press, 1992.
Roymans, N., Ethnic Identity and Imperial Power. The Batavians in Early Roman Empire, in: Amsterdam Archaeological Studies, 10, Ch. 4, Amsterdam, 2004.
Vries, de, J. W., Willemyns, R., Bruger, P., Het verhaal van een taal; negen eeuwen Nederlands, Prometheus Amsterdam, 1993, 15.
Wal, van der, M., Geschiedenis van het Nederlands, Utrecht, 1992.
Willemyns, R., Het verhaal van het Vlaams; De geschiedenis van het Nederlands in de Zuidelijke Nederlanden, Standaard Uitgeverij Antwerpen, 2003, 37-39.
http://www.dbnl.org/tekst/vooy001gesc01_01/vooy001gesc01_01_0003.htm, 20 (17-01-2008).