De Franken spraken in hun rijk een verscheidenheid aan talen die in het begin echter veel op elkaar leken. Het Oudfrans en veel dialecten van het Oudhoogduits waren talen die door de Franken werden gesproken. Later ontwikkelden die zich tot andere talen, zoals het Frans, Nederlands, Duits en Limburgs.
Door assimilatie van het Romaanse volksdeel in het Germaanstalige Vlaanderen, Brabant, Limburg en het Rijnland en de assimilatie van het Germaanstalige volksdeel in het Romaanstalige gebied van wat nu Wallonië en Frankrijk is, ontstond in de 7e en 8e eeuw de Germaans-Romaanse taalgrens. In het Limburgse gedeelte van dit menggebied met zijn eigen versie van het West-Germaans begon vanaf die tijd de ontwikkeling van het hedendaagse Limburgs.
Toen zich vanaf de 4e eeuw verschillende Germaanse stammen in het Romeinse rijk vestigden, kwamen zij ook in aanraking met de geschreven Romeinse wetten. Naar Romeins voorbeeld werden er in de 5e en 6e eeuw verschillende Germaanse wetten opgeschreven, van onder anderen de Visigoten, de Alemannen, de Bourgondiërs en de Salische en Ripuarische Franken. Het merendeel van deze teksten zijn min of meer indirecte voorlopers van het Limburgs en staan wat tijd en taalgebruik betreft dichter bij het Limburgs dan de Oost-Germaanse Bijbelvertaling. Eén van deze teksten, de Lex Salica of Salische Wet is een directere voorloper, hoewel men nog niet van Limburgs kan spreken omdat deze tekst nog te ongedifferentieerd Germaans is en geen typisch Limburgse kenmerken vertoont.
De Frankische koning Clovis heeft de Lex Salica tussen 507 en 511 laten optekenen. Het is één van de belangrijkste Germaanse wetboeken die zijn invloed heeft doen gelden tot in de middeleeuwen. De Lex Salica is in het Latijn geschreven maar heeft veel afzonderlijke Germaanse woorden - de zogenoemde Malbergse Glossen - en behoort hiermee tot de oudste geschreven voorlopers van het Limburgs. Eén van de oudste zinnen is: Maltho thi afrio lito, wat betekent: “Ik maak je vrij, halfvrije”, een formule die werd uitgesproken bij het vrijverklaren van een halfvrij persoon.
Hieruit blijkt dat de overheid in die tijd in ieder geval niet de volkstaal gebruikte als geschreven taal. Dat lag ook niet voor de hand. De Romeinen hadden de heerschappij over veel volken in hun rijk en bedienden zich van hun eigen taal, het Latijn, om te regeren en deze volken aan hun wetten te onderwerpen. Onze Limburgse voorouders hadden dus met een Latijnstalige overheid te maken. De bovenlaag van de Franken - die na het ineenvallen van het Romeinse rijk en het vertrek van de Romeinse troepen de enige regeerder over hun eigen volk werd - was natuurlijk gewend om zich van het Latijn te bedienen en bleef dit doen, ook na het ineenvallen van het Romeinse rijk.
De vroegste ambtelijke stukken werden dus door de Romeinen en later de Franken in het Latijn geschreven. Ook onder de Karolingische Franken was Latijn de taal van het bestuur, de wetenschap en de kerk en deed dienst als bindmiddel tussen de verschillende Germaanse en Romaanse volken binnen dit uitgestrekte rijk. Toch waren er enkele openingen voor de invoering van de volkstaal. Karel de Grote stimuleerde het gebruik van de volkstaal voor het Onze Vader en de geloofsbelijdenis. Op het Concilie van Tours in 831 liet de kerk omwille van de verstaanbaarheid ook de preek in de volkstaal toe. In die tijd moet in de kerk dus naast het Latijn de vroege voorloper van ons hedendaagse Limburgs hebben geklonken.
Bronvermelding
Robinson, O. W., Old English and its closest relatives; A survey of the earliest Germanic languages, Stanford University Press, 1992.
Tervooren, Helmut, Van der Masen tot op den Rijn; ein Handbuch zur Geschichte der mittelalterlichen volkssprachlichen Literatur im Raum von Rhein und Maas, Historisches Verein für Geldern und Umgegend (105), 2005.
Vries, de, J. W., Willemyns, R., Bruger, P., Het verhaal van een taal; negen eeuwen Nederlands, Prometheus Amsterdam, 1993.
Willemyns, R., Het verhaal van het Vlaams; De geschiedenis van het Nederlands in de Zuidelijke Nederlanden, Standaard Uitgeverij Antwerpen, 2003.
http://www.ned.univie.ac.at/publicaties/taalgeschiedenis/en/anltexte.htm (28-5-2008).